Forumdiscussie naamgeving nieuwe gemeente, 4 november 2014

            te Beek-Ubbergen

            In mijn inleiding wil ik in het kort eerst wat vertellen over de historie van de             gemeentelijke            indeling ten zuiden en zuidoosten van Nijmegen, daarna ga ik in op de           oorsprong en betekenis van de namen Groesbeek en Berg en Dal en ten slotte op de   vraag welke van deze twee namen het beste bij het landschappelijke karakter van de             nieuwe gemeente past.

  1. 1.Iets over de historische ontwikkeling van de gemeenten in deze regio.
  2. 2.De ouderdom en het ontstaan van de namen Groesbeek en Berg en Dal.
  3. 3.Welke naam past beter bij het landschap?

In de middeleeuwen bestonden hier geen gemeenten, maar schoutambten en heerlijkheden. De graven (vanaf begin 14de eeuw hertogen) van Gelre en Kleef gaven terreinen uit aan edellieden die hun heer in ruil daarvoor moesten dienen, bijvoorbeeld in tijden van oorlog. De graven hadden hun bezit in leen ontvangen van de Duitse koningen. In deze streek hadden we vanaf de 13de eeuw de heerlijkheden Heumen, Mook, Malden, Beek, Groesbeek, Ooij en Persingen.

Groesbeek, Heumen, Malden en Beek zijn zelfs drie eeuwen lang, van rond 1348 tot omstreeks 1650, onder één geslacht verenigd geweest, namelijk van de heren van Groesbeek. Het zou historisch gezien dus logisch zijn geweest om de huidige gemeente Heumen bij de nieuwe gemeente te voegen.

Het grootste deel van de tegenwoordige gemeente Groesbeek hoorde in de middeleeuwen niet onder de heer van Groesbeek, maar het was een domeinbos (het Nederrijkswald) van de graven en hertogen van Gelre; van ca. 1580 tot 1795 van de Hof van Gelre in Arnhem.

Deze middeleeuwse indeling is, met diverse wisselingen van bezittende families, tot de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) blijven bestaan. Als consequentie van de idealen vrijheid, gelijkheid en broederschap van de Franse Revolutie zijn de heerlijkheden toen opgeheven. De gemeentelijke indeling en de naamgeving is in die tijd ook al een aantal keren gewijzigd; zo behoorden van 1810 tot 1815 alle tegenwoordige gemeenten van Millingen tot en met Wijchen onder één kanton (gewest) Wijchen. De inwoners hadden geen invloed op die veranderingen.

In 1817 kwam er weer een andere indeling: vanaf dat jaar bestond deze regio onder het uitgestrekte Hoofdschoutambt Rijk van Nijmegen uit 9 schoutambten. Tien jaar later fuseerden het schoutambt Beek en het schoutambt Ubbergen. In die tijd telden de drie gemeenten die per 1 januari 2015 gaan fuseren samen slechts 12600 inwoners. De stad Nijmegen had toen ongeveer evenveel inwoners.

De huidige gemeentelijke indeling dateert van 1837. De gemeenten hebben eerst nog tot 1850 onder het district (een soort toezichtsorgaan) Nijmegen behoord.

In de loop der tijd zijn er nog hier en daar grenswijzigingen geweest, zoals in 1915. Toen moest de gemeente Groesbeek ondanks felle protesten van gemeentebestuur en bevolking en bezwaarschriften tot bij de Kroon, het gebied tussen Postweg en Sophiaweg, inclusief de huidige wijk Kwakkenberg, aan Nijmegen afstaan.

Ook zijn er pogingen tot grenswijzigingen geweest. Daarover vond ik toevallig een merkwaardig en nogal komisch voorbeeld in het Groesbeekse gemeentearchief toen ik onderzoek deed voor mijn boek over de buitenplaatsen en boerderijen van de Meerwijk, dat eind deze maand verschijnt onder de titel ‘Een verrukkelijk gezigt’.

In 1852 had de Beekse notaris Cornelis van de Goes het landgoed Watermeerwijk gekocht en was daar in de jaren ’60 in het landhuis bij de vijver gaan wonen. Toen hij in 1872 benoemd werd tot burgemeester van Ubbergen wilde hij graag in zijn mooie Watermeerwijk blijven wonen, maar dat mocht niet omdat het landgoed binnen de gemeente Groesbeek lag. In 1873 richtten de grondeigenaren en boeren van de Meerwijk een verzoek aan de minister van Binnenlandse Zaken om hun gehucht bij de gemeente Ubbergen te voegen. Maar hun voorstel, dat duidelijk uit de koker van Van der Goes kwam, maakte geen schijn van kans.

De dorpsnaam Groesbeek is heel oud. Uit 1040 dateert een oorkonde van de Duitse koning Hendrik III waarin hij een boswachter benoemt ‘in villa Gronspech’. Dat is later Grusbek en Groesbeek geworden. De naam betekent: ‘moerassige weide (oude naam groes) of weideterrein aan de beek’.

De naam Berg en Dal is zeven eeuwen jonger. Rond 1750 stond tegenover het huidige pretpark Tivoli een villa en logement met de naam ‘Berg und Thal’. Die locatie viel toen nog onder het hertogdom Kleef. In 1824 wordt een ‘aangename buitenplaats’ Bergendaal vermeld. Deze buitenplaats was in de 17de en 18de eeuw herberg ‘Het Witte Paard’. Die okerkleurige villa bestaat nog steeds, aan de Oude Kleefsebaan 125-127 tegenover het landgoed Watermeerwijk.

In de 19de eeuw is de naam van deze herberg overgegaan naar het toeristische dorp Berg en Dal, in tweeën gedeeld tussen de gemeenten Groesbeek en Ubbergen langs de Oude Kleefsebaan die al in de middeleeuwen de grens was tussen de heerlijkheden Beek en Ubbergen en het domein Nederrijkswald. In ons land zijn heuvels vaak ‘bergen’ genoemd en de naam Berg en Dal is dan ook in andere heuvelachtige streken gebruikt voor villa’s en hotels. Er zijn in ons land momenteel vijf gemeenten met een naam waarin ‘Berg’ of ‘Bergen’ voorkomt, zoals Bergeyk en Bergen op Zoom. ‘Dal’ komt in geen enkele gemeentenaam voor.

De naam ‘Rijk van Nijmegen’, die in de discussie over de naamgeving ook is voorgesteld, is historisch wel heel oud (14de eeuws) maar slaat geografisch op veel groter gebied waar ook Wijchen, Beuningen en Ewijk bij hoorden. Bovendien bevestigt de naam misschien de historische ontwikkeling dat de stad geleidelijk aan delen van andere gemeenten heeft geannexeerd.

De Groesbeek, waarnaar het dorp en huidige gemeente zijn genoemd, ontspringt in de bossen ten westen van Groesbeek, loopt door het dorp en mondt met de Leigraaf uit in de Kranenburger Bach en de Grosse Wasserung en vandaar naar het Meer ofwel op Nederlands gebied het Meertje dat afwatert op de Waal. De naam Groesbeek past ruim genomen en met een beetje goede wil uit landschappelijk oogpunt dus bij een klein deel van de nieuwe MUG- gemeente. Het water uit het Groesbeekse bos komt uiteindelijk in de Rijn terecht.

De naam Berg en Dal past goed bij het landschappelijke karakter van de nieuwe gemeente, met een heuvelachtig, hoog deel en een lager gelegen westelijk deel. Vroeger noemde men in ons land vrijwel elke heuvel een berg. De ‘Berg’ heeft in de nieuwe gemeentenaam betrekking op de heuvels van Groesbeek, Berg en Dal en Beek-Ubbergen; het ‘dal’ is de lager gelegen Ooijpolder die in geologisch opzicht een deel is van het Rijndal. Dit dal is in de laatste ijstijd gevormd tussen de stuwwallen van ’s Elten-’s-Heerenberg en die van Beek-Wyler, in een al veel oudere laagte. Van de twee namen weerspiegelt de naam Berg en Dal dus het beste het landschappelijke karakter.

-------------------------------------